Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen.


Question

1
Bob schaatst een rondje in 36,2 seconden. Gretha schaatst een rondje in 39,1 seconden. Bob is , seconden sneller.

Question

2
Tim schaatst een rondje in 57,3 seconden. Marthe schaatst een rondje in 1.00,4 minuut. Tim is , seconden sneller.

Question

3
Joan schaatst precies 38 seconden over een rondje. Amber doet er 3,5 seconden langer over. Haar rondje duurde , seconden.

Question

4
Het is nu 23.21 uur. Drie kwartier eerder was het . uur.

Question

5
Het is nu 19.33 uur. Drie kwartier later is het . uur.

Question

6
Het baanrecord is 35,9 seconden per rondje. Ik doe 48,6 seconden over een rondje. Ik ben , seconden langzamer dan het baanrecord.

Question

7
Het is nu 15.34 uur. Drie kwartier eerder was het . uur

Question

8
Het is nu 19.13 uur. Drie kwartier eerder was het . uur.

Question

9
Wobke schaatst een rondje in 35,8 seconden. Rintje schaatst een rondje in 36,2 seconden. Wobke is , seconden sneller.

Question

10
Het is nu 21.44 uur. Drie kwartier eerder was het . uur.