Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen.


Question

1
De boekwinkel doet alles de deur uit met 25% korting. Oma slaat flink in en betaalt € 112,5. Zonder korting zou ze € hebben moeten betalen.

Question

2
22% van 150 =

Question

3
28% van is hetzelfde als 84% van 250.

Question

4
15% van 800 is hetzelfde als 30% van .

Question

5
Rick betaalt € 135 voor een DVD-speler. Hij heeft 10% korting gekregen. De DVD-speler kostte eerst € .

Question

6
1,5% van = 7,5

Question

7
25% van 2500 =

Question

8
5% van = 25

Question

9
9% van 900 =

Question

10
10% van 20% van 1000 is .