Questionmark Perception
Dec 14 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen.


Question

1
De boekwinkel doet alles de deur uit met 25% korting. Oma slaat flink in en betaalt € 112,5. Zonder korting zou ze € hebben moeten betalen.

Question

2
6% van = 9

Question

3
40% van 870 is het zelfde als 20% van .

Question

4
22% van 150 =

Question

5
1,5% van = 7,5

Question

6
5% van = 25

Question

7
Akke koopt samen met zijn vader een computer. Zijn vader betaalt 70%. Akke betaalt € 180. De computer kost € .

Question

8
15% van 800 is hetzelfde als 30% van .

Question

9
28% van 300 =

Question

10
Ward koopt een CD-speler van € 110. Hij krijgt 10% korting. Hij moet € betalen.