Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen.


Question

1
28% van 300 =

Question

2
Rick betaalt € 135 voor een DVD-speler. Hij heeft 10% korting gekregen. De DVD-speler kostte eerst € .

Question

3
25% van 2500 =

Question

4
12,5% van = 50

Question

5
Akke koopt samen met zijn vader een computer. Zijn vader betaalt 70%. Akke betaalt € 180. De computer kost € .

Question

6
15% van 800 is hetzelfde als 30% van .

Question

7
Er zijn 72 mannen lid van de voetbalvereniging 62,5% is getrouwd. Er zijn mannen niet getrouwd.

Question

8
6% van = 9

Question

9
5% van = 25

Question

10
De boekwinkel doet alles de deur uit met 25% korting. Oma slaat flink in en betaalt € 112,5. Zonder korting zou ze € hebben moeten betalen.