Questionmark Perception
Oct 16 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Introduction


Quickscan HAVO Biologie

Question

1
Een vrouwelijk zoogdier is heterozygoot voor vier eigenschappen waarvan de genen (allelenparen) op vier verschillende chromosomenparen liggen.
Hoe groot is de kans, dat zij een eicel vormt met uitsluitend de recessieve allelen van de betrokken genen?

Question

2

Kleurenblindheid is recessief en X-chromosomaal. Welke van de volgende beweringen is juist?

Question

3
Zowel vliegen als vleermuizen hebben vleugels.
Vergeleken met de vleugels van de vleermuis zijn de vleugels van een vlieg:

Question

4
Organismen nemen stikstof(verbindingen) op en scheiden stikstofverbindingen uit.
Welke van de genoemde omzettingen is mogelijk en geeft juist aan hoe de stikstofatomen verplaatst worden?

Question

5
Aan vier leerlingen wordt gevraagd een voorbeeld te noemen van een ecosysteem.
Zij geven de volgende voorbeelden.
Leerling 1:      alle abiotische factoren in een bepaald heidegebied.
Leerling 2:      alle dieren die in Nederland leven, in samenhang met de plantengroei.
Leerling 3:      alle eekhoorns in een loofbos, in samenhang met de bomen.
Leerling 4:      alle organismen die in een bepaald meertje leven, in samenhang met de abiotische factoren.

Welke leerling geeft een juist voorbeeld?

Question

6

Hieronder staan enkele beweringen over DNA. Welke bewering is juist?

Question

7

In een DNA-streng komt de code GTC voor. Dit is de streng waarop RNA wordt gevormd.
Welk aminozuur wordt hierdoor gecodeerd?

Question

8
Zonnedauw is een plant met bladgroen die in staat is om kleine insecten te vangen en te verteren.
Welke stoffen uit de gevangen insecten zijn vooral belangrijk voor deze plant?

Question

9
Hieronder worden enkele processen genoemd, die een rol spelen bij de spijsvertering van de mens.

1. productie van spijsverteringsenzymen door de darmwandklieren
2. opname van voedingsstoffen in het bloed
3. opname van water uit de darminhoud
4. afbraak van plantenresten door bacteriën

Welke van deze processen kunnen plaatsvinden in de dikke darm?

Question

10
Het hart pompt bij iedere hartslag bloed door beide harthelften, en wel

Question

11

Mensen met aids zijn zeer gevoelig voor infecties door bacteriën. Zowel bacteriën als virussen vermeerderen zich in het lichaam van de patiënt. Bacteriën vermeerderen zich door celdeling.

Gaat aan deze celdeling een kerndeling vooraf? En vindt ook bij het virus celdeling plaats?

Question

12
Bij het hikken trekken de middenrifspieren zich krampachtig samen.
Beweegt het middenrif zich dan omhoog of omlaag?
Gaat bij het hikken de lucht naar binnen of naar buiten?

Question

13
Het bloed dat uit een bepaald orgaan komt, heeft een lager zuurstofgehalte en een hoger ureumgehalte dan bij het binnenstromen van dit orgaan. Dit orgaan zou een long, een nier, de lever of een werkende spier kunnen zijn.
Welke van deze organen komt hiervoor het meest in aanmerking?

Question

14
Het is mogelijk dat bij een persoon die normale hoeveelheden koolhydraten eet, toch glucose in de urine aanwezig is. De meest waarschijnlijke oorzaak is:

Question

15

Een aantal takjes waterpest wordt in water in het licht geplaatst. Er stijgen zuurstofbelletjes op.

Na enkele uren stopt de productie van deze belletjes, terwijl de proefopstelling niet verandert.

Hoe kan de productie van zuurstofbelletjes van de plant weer op gang gebracht worden? 

Question

16

Iemand met resus-positief bloed krijgt voor het eerst een bloedtransfusie.

Hij ontvangt resus-negatief bloed; de ABO-bloedgroep is bij beiden gelijk.

Wat zal er in zijn lichaam met het bloed gebeuren ten aanzien van een mogelijke afweerreactie?

Question

17
In een donkere ruimte steekt men een kaars aan en brengt deze van 3 meter naar 50 cm voor het oog. Men blijft de kaars scherp zien.
Wat zal er met de pupil en de lens gebeuren tijdens de beweging van de kaars?

Question

18

Bij een synaps wordt een impuls overgedragen tussen twee zenuwcellen. Bij deze overdracht is het volgende van toepassing:

Question

19

Als biologisch insectenbestrijdingsmiddel worden tegenwoordig wel feromonen gebruikt. Feromonen zijn seksuele lokstoffen die onder andere door vrouwelijke individuen van bepaalde insectensoorten worden geproduceerd. Door deze feromonen kunnen de mannetjes de vrouwtjes al op grote afstand vinden. Vrouwtjes die eenmaal hebben gepaard, verliezen hun belangstelling voor mannetjes. Een mannetje kan met zeer veel vrouwtjes paren. Met behulp van feromonen worden in de paringstijd mannetjes van een schadelijke insectensoort gelokt en gevangen.

Vervolgens kunnen de volgende maatregelen worden getroffen:

1  Deze mannetjes worden onvruchtbaar gemaakt en daarna weer in hetzelfde gebied losgelaten. Zij kunnen daarna nog wel paren.

2  Deze mannetjes worden gedood.

 

Zal het aantal insecten waaruit de volgende generatie zal bestaan het sterkst worden beperkt door maatregel 1 of door maatregel 2 of maakt het hiervoor niet uit welke maatregel wordt getroffen?

Question

20

Hieronder staan een aantal processen die plaatsvinden in spierweefsel:

1. de vorming van eiwitten uit aminozuren

2. de vorming van glycogeen uit glucose

3. de vorming van melkzuur uit glucose

4. de vorming van vet uit vetzuren en glycerol

 

Welk proces of welke procesen kan (of kunnen) energie leveren voor het samentrekken van de spier?