Questionmark Perception
Dec 14 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Zij houdt van hem. ‘Van hem’ is een

Question

2
Staat ‘aan’, ‘voor’ of ‘bij’ altijd bij het meewerkend voorwerp?

Question

3
Hij geeft haar een zoen. ‘Haar’ is een

Question

4
Het voorzetsel in het voorzetselvoorwerp hoort bij het werkwoord in de zin.

Question

5
Ik geef hem een cd. ‘Hem’ is een

Question

6
Ik geef hem iets. Het onderstreepte zinsdeel is een voorwerp.

Question

7
Sommige werkwoorden hebben naast het onderwerp nog een naamwoordelijk deel nodig. Dit is een

Question

8
Zij geven hem een zoen. ‘Hem’ is een

Question

9
Welke zinsdelen zijn correcte voorzetselvoorwerpen?

Question

10
Welke zinsdelen zijn correcte meewerkende voorwerpen?

Question

11
Veel werkwoorden hebben een bijbehorend

Question

12
Hij geeft haar een zoen. Is ‘een zoen’ het meewerkend voorwerp?

Question

13
Begint het voorzetselvoorwerp altijd met een voorzetsel?

Question

14
Hij geeft haar een ring. Is 'een ring' het meewerkend voorwerp?

Question

15
Kun je ‘aan’ of ‘voor’ weglaten bij het meewerkend voorwerp?