Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Beantwoord onderstaande vragen.


Question

1
(laten) de kinderen reageren

Question

2
Welke van de volgende woorden is een infinitief?

Question

3
Die knappe violiste weer fantastisch. (spelen)

Question

4
Geef de gebiedende wijs.
(lezen)
de Viva

Question

5
In welke tijd staat de volgende zin?
Gaat de familie Keri volgende week inderdaad verhuizen?

Question

6
Leraren graag doorstromen naar managementfuncties. (willen)

Question

7
In welke tijd staat de volgende zin?
Die Thai was vorig jaar veel lekkerder.

Question

8
Dat merk drijfkaarsjes zeker vijf uur. (branden)

Question

9
Het fototoestel erg mooie foto's. (maken)

Question

10
Welke van de volgende woorden is een infinitief?

Question

11
'bouwwerken' is een:

Question

12
Ik dat zij in een keer slaagt voor haar rijexamen. (vermoeden)

Question

13
'gaan' is een:

Question

14
In welke tijd staat de volgende zin?
De vrijdagmiddagborrel is nu aan de gang.

Question

15
De koorddanseres op een touw. (balanceren)