Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Waarom wordt bloed tot de steunweefsel gerekend?




Question

2
Welke functie(s) kan steunweefsel hebben? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.




Question

3
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?
Alle cellen in het menselijk lichaam bevatten 46 chromosomen.
Tijdens de celcyclus duurt de delingsfase altijd veel langer dan de groeifase.
Een cel met 2 x 23 chromosomen is een diploïde cel.
Verdubbeling van de chromatiden vindt plaats vlak voor ze vanuit het equatoriale vlak uit elkaar worden getrokken.
De functie van het centrosoom is de vorming van trekdraden tijdens de mitose.




Question

4
Cytostatica zijn stoffen die delende cellen remmen of stoppen in hun activiteit. Ze worden toegediend bij pati├źnten met een kwaadaardige tumor. Enkele celtypen in het lichaam van een volwassen mens zijn:

1 cellen in de stratum germinativum van de huid
2 neuronen in het centrale zenuwstelsel
3 erytrocyten in het bloed
4 epitheelcellen in de dunne darm.

Op welke van deze celtypen kunnen de cytostatica ook van invloed zijn?




Question

5
Bekijk onderstaande afbeelding.


Vul achter elk cijfer het juiste begrip in.





Question

6
Sleep elk begrip naar de juiste plaats.




Question

7
Wat is kenmerkend voor epitheel?
Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.




Question

8
Hieronder zie je drie soorten bindweefsel.
Kies het juiste antwoord.


afbeelding 1

afbeelding 2

afbeelding 3





Question

9
Welke van de hier genoemde klieren is endocrien?




Question

10
Hoe noem je de wetenschap die zich bezighoudt met onderzoek naar de bouw en functie van weefsels?