Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Maak de zinnen compleet. Kies de juiste antwoorden.

Rijpe botcellen worden genoemd.
Botweefsel wordt afgebroken door

Lange zuilen botweefsel worden
genoemd.
Botvormende bindweefselcellen heten




Question

2
Hoe komt het dat bij iemand die uitgehongerd is, de oogbollen dieper in de oogkas liggen ('holle ogen' krijgt)?




Question

3

Waaruit bestaat het grootste deel van de dermis?




Question

4
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

Binnen één individu zijn de chromosomen van een spiercel gelijk aan die van een bindweefselcel.
Tot de hoofdgroepen van weefsels behoren dekweefsel, zenuwweefsel, klierweefsel en spierweefsel.
Een weefsel kan nooit meer dan één functie hebben.
Een weefsel is een groep eenvormige cellen (eventueel met tussencelstof) die met elkaar een gemeenschappelijke functie uitoefenen.
De extracellulaire stoffen in een weefsel noem je tussencelstof.




Question

5
De cel wisselt continu stoffen met zijn omgeving uit. Welke van de hieronder genoemde begrippen hebben betrekking op actief transport via de celmembraan?
Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.





Question

6
Sleep elk begrip naar de juiste plaats.




Question

7
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?
Verdubbeling van de chromatiden vindt plaats vlak voor ze vanuit het equatoriale vlak uit elkaar worden getrokken.
Alle cellen in het menselijk lichaam bevatten 46 chromosomen.
De functie van het centrosoom is de vorming van trekdraden tijdens de mitose.
Een cel met 2 x 23 chromosomen is een diploïde cel.
Tijdens de celcyclus duurt de delingsfase altijd veel langer dan de groeifase.




Question

8
Bekijk onderstaande afbeelding.


Vul achter elk cijfer het juiste begrip in.





Question

9
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

Alleen substantia compacta is uit osteonen opgebouwd, substantia spongiosa niet.
Botweefsel is een opslagplaats van calcium.
In de haverskanalen bevinden zich bloed- en lymfevaten.
De kalkzouten in de intercellulaire ruimten tussen de botcellen zorgen zowel voor de stevigheid als voor de flexibiliteit van het botweefsel.
De matrix van bot bestaat alleen uit kalkzouten en collagene vezels.
De koppen van pijpbeenderen bestaan alleen uit substantia compacta.
In de substantia compacta zit rood beenmerg.




Question

10
Wat gebeurt er met levende cellen als je die in een hypertone oplossing legt?