Questionmark Perception
Jun 20 2019 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Vul in: anabole of katabole

Biochemische reacties in de cel waarbij grotere moleculen in kleinere worden omgezet en waarbij energie beschikbaar komt noem je
reacties.
Biochemische reacties in de cel waarbij kleinere moleculen in grotere worden omgezet en waarbij energie nodig is noem je
reacties.
Als in de cel assimilatie plaatsvindt gaat dat gepaard met
reacties.
Als in de cel dissimilatie plaatsvindt gaat dat gepaard met
reacties.




Question

2
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?
Alle cellen in het menselijk lichaam bevatten 46 chromosomen.
Een cel met 2 x 23 chromosomen is een diploïde cel.
De functie van het centrosoom is de vorming van trekdraden tijdens de mitose.
Tijdens de celcyclus duurt de delingsfase altijd veel langer dan de groeifase.
Verdubbeling van de chromatiden vindt plaats vlak voor ze vanuit het equatoriale vlak uit elkaar worden getrokken.




Question

3
Tot welke weefselsoort behoort een trilhaarcel?




Question

4
Maak de zinnen compleet. Kies de juiste antwoorden.

Bloedvormend weefsel bevindt zich in de
Het botweefsel in de diafyse van een pijpbeen bestaat voornamelijk uit
Epifysen van een pijpbeen bestaan voornamelijk uit
Osteonen bevinden zich in de
Haverskanalen bevinden zich in
Botweefsel dat aan het periost grenst, heet




Question

5
Maak de zinnen compleet. Kies de juiste antwoorden.

Rijpe botcellen worden genoemd.
Botweefsel wordt afgebroken door

Lange zuilen botweefsel worden
genoemd.
Botvormende bindweefselcellen heten




Question

6
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?
De dendrieten van zenuwcellen zijn omgeven door een myelineschede.
Gliacellen zijn gespecialiseerde neuronen.
De myelineschede rond een axon wordt door het neuron zelf gevormd.
Een zenuwcel heeft meerdere dendrieten, maar slechts één axon.
De impulsrichting in de axon is van het zenuwcellichaam af.




Question

7
De cel wisselt continu stoffen met zijn omgeving uit. Welke van de hieronder genoemde begrippen hebben betrekking op actief transport via de celmembraan?
Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.





Question

8
Wat zijn chromosomen?





Question

9
Bekijk onderstaande afbeelding.


Vul achter elk cijfer het juiste begrip in.





Question

10
Wat is een functie van de celkern?