Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Bekijk onderstaande afbeelding.


Vul achter elk cijfer het juiste begrip in.





Question

2
Sleep de juiste letter naar de juiste plaats.

a codon
b anticodon
c mRNA gaat vanuit de kern naar het cytoplasma
d het ribosoom loopt het mRNA af, waarbij nieuwe aminozuren aan de polypeptidenketen worden gehecht
e tRNA gaat weer terug om een nieuw aminozuur aan zich te hechten
f nieuw gevormd eiwit
g tRNA met een aminozuur
h tRNA hecht zich op het ribosoom even aan mRNA.
i losse aminozuren in het cytoplasma
j DNA in de kern dient als matrijs voor de opbouw van mRNA
k mRNA vastgehecht aan een ribosoom




Question

3
Sleep elk begrip naar de juiste plaats.




Question

4
Waardoor worden de eigenschappen van steunweefsel bepaald?




Question

5
Hieronder zie je drie soorten bindweefsel.
Kies het juiste antwoord.


afbeelding 1

afbeelding 2

afbeelding 3





Question

6
Waarom wordt bloed tot de steunweefsel gerekend?




Question

7
Wat zijn myofibrillen?




Question

8
Vul in: DNA of RNA.

In het  ligt de codering van de te vormen eiwitten besloten.
De vier stikstofbasen van
zijn adenine, thymine, cytosine en guanine.
heeft de stikstofbase uracil in plaats van thymine.
komt alleen voor in de celkern.




Question

9

Welke epithelen zitten er tussen het lumen van de alveolus en het eraan grenzend bloedcapillair?




Question

10
Vul achter elk cijfer het juiste begrip in.