Questionmark Perception
Oct 22 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Y1 = 2X , Y2 = 3X + 1, Y3 = Y1 + Y2 Welk punt heeft de somgrafiek gemeenschappelijk met een van de twee andere grafieken?

Question

2
Y1 = 2X , Y2 = 3X - 1, Y3 = Y1 + Y2 Hoeveel snijpunten heeft de somgrafiek Y3 met de twee andere grafieken?

Question

3
Y1 = 2X , Y2 = 3X - 1, Y3 = Y2 - Y1 Wat is bij de verschilgrafiek de Y-waarde bij X = -4.

Question

4


Hoe wordt de grafiek van y3 uit de grafieken y1 en y2 gevormd?

Question

5


Hoe wordt de grafiek van y3 uit de grafieken y1 en y2 gevormd?

Question

6


Hoe wordt de grafiek van y3 uit de grafieken y1 en y2 gevormd?

Question

7


Hoe wordt de grafiek van y3 uit de grafieken y1 en y2 gevormd?

Question

8


Met welke waarde is de grafiek van sin(3x)+0,5 vermenigvuldigd om deze grafiek te krijgen.

Question

9


Met welke waarde is de grafiek van sin(x) horizontaal vermenigvuldigd om deze grafiek te krijgen.

Question

10


Hoeveel bedraagt de verticale transformatie van sin(x) om uit deze grafiek de getekende grafiek te maken.

Question

11


Met welke waarde is de grafiek van sin(x) horizontaal getransformeerd om deze grafiek te krijgen.

Question

12


Met welke waarde is de grafiek van sin(x) verticaal getransformeerd om deze grafiek te krijgen.

Question

13


Met welke waarde is de grafiek van x2 verticaal getransformeerd om deze grafiek te krijgen.

Question

14


Met welke waarde is de grafiek van x2 horizontaal getransformeerd om deze grafiek te krijgen?

Question

15


Met welke waarde is de grafiek van Y3 horizontaal getransformeerd om Y2 te krijgen?