Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen.


Question

1
Jordy betaalt per maand 18 euro contributie voor de sportvereniging. Hij betaalt per jaar € .

Question

2
22 x € 20 = €

Question

3
Leroy koopt gevulde koeken van € 0,48. Hij moet € 3,84 betalen.

Question

4
Op een rommelmarkt koop ik 11 boeken van € 1,25 per stuk. Ik moet € betalen.

Question

5
Steeds het dubbele.
1,37 - 2,74 - 5,48 -
- -

Question

6
Steeds het dubbele.
2,3 - 4,6 - 9,2 -
- -

Question

7
31 x € 19 = €

Question

8
25 lolly's van € 0,15 kosten samen €

Question

9
Sandra verzamelt dobbelstenen. Ze koopt een serie van 15. Per stuk kosten ze € 1,25. Sandra betaalt € .

Question

10
24 gebakjes van € 1,75 kosten samen € .