Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Wat is één zinsdeel?
De fles met rum is leeg.

Question

2
Wat is het werkwoordelijke gezegde?
Wil je ook iets drinken?

Question

3
Welk zinsdeel is ‘de kinderen’?
De kinderen gaan ’s ochtends buiten spelen.

Question

4
Wat is de persoonsvorm?
Joke schildert.

Question

5
Wat is één zinsdeel?
Sanne is morgen jarig.

Question

6
Benoem het onderstreepte zinsdeel.
Die vrouw is een heks.

Question

7
Wat is één zinsdeel?
Hij is zijn sleutels kwijt.

Question

8
Wat is het onderwerp?
Speelt jouw zoon piano?

Question

9
Wat is één zinsdeel?
Kun je me laten lachen?

Question

10
Wat is één zinsdeel?
De ouders hebben de juf bedankt.

Question

11
Wat is het onderwerp?
Mijn vader kaart graag.

Question

12
‘Kopen’ is een zelfstandig werkwoord.

Question

13
Benoem het onderstreepte zinsdeel.
Die vrouw is een heks.

Question

14
Kun je zinsdelen herkennen door weglaten?

Question

15
Benoem het onderstreepte zinsdeel.
Mijn juf kan mooi voorlezen.