Questionmark Perception
Feb 16 2019 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Benoem het onderstreepte zinsdeel.
Mijn moeder is maandag jarig.

Question

2
Welk zinsdeel is ‘mogen zingen’?
De leerlingen mogen zingen.

Question

3
Benoem het onderstreepte zinsdeel.
De kinderen zaten te lachen.

Question

4
Wat is één zinsdeel?
Mijn moeder zet de bloemen op tafel.

Question

5
Welk zinsdeel is ‘willen maken’?
Willen jullie sommen maken?

Question

6
Benoem het onderstreepte zinsdeel.
Mijn juf kan mooi voorlezen.

Question

7
Welk zinsdeel is ‘jarig’?
Mijn oma is morgen jarig.

Question

8
Benoem het onderstreepte zinsdeel.
Mijn juf kan mooi voorlezen.

Question

9
‘Zijn’ kan een koppelwerkwoord zijn.

Question

10
Wat is één zinsdeel?
Zij heeft de hond een bak water gegeven.

Question

11
Welk zinsdeel is ‘is vrolijk’?
Mijn broer is altijd vrolijk.

Question

12
‘Kopen’ is een zelfstandig werkwoord.

Question

13
Wat is het naamwoordelijke gezegde?
Die laptop is duur.

Question

14
‘Zijn’ kan een hulpwerkwoord zijn.

Question

15
Wat is één zinsdeel?
Die bloemen zijn niet te duur.