Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Wat is de persoonsvorm?
Mijn oom verzamelt postzegels.

Question

2
Welk zinsdeel is ‘hebben getrakteerd’?
De leerkrachten hebben getrakteerd.

Question

3
Wat is één zinsdeel?
Mijn moeder zet de bloemen op tafel.

Question

4
Heeft elke zin een persoonsvorm?

Question

5
Welk zinsdeel is ‘is jarig’?
Mijn oma is morgen jarig.

Question

6
Benoem het onderstreepte zinsdeel.
Die vrouw is een heks.

Question

7
Wat is het onderwerp?
Speelt jouw zoon piano?

Question

8
‘Worden’ kan een hulpwerkwoord zijn.

Question

9
Wat is één zinsdeel?
Hij is zijn sleutels kwijt.

Question

10
Wat is de persoonsvorm?
Joke schildert.

Question

11
Heeft elke zin een onderwerp?

Question

12
Welk zinsdeel is ‘jarig’?
Mijn oma is morgen jarig.

Question

13
Benoem het onderstreepte zinsdeel.
Die vrouw is een heks.

Question

14
Benoem het onderstreepte zinsdeel.
Mijn moeder is maandag jarig.

Question

15
Wat is één zinsdeel?
Kun je me laten lachen?