Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Welk zinsdeel is ‘is’?
Mijn broer is altijd vrolijk.

Question

2
Wat is het naamwoordelijk gezegde?
Deze biefstuk lijkt bedorven.

Question

3
Benoem het onderstreepte zinsdeel.
Mijn opa wordt morgen 80.

Question

4
Benoem het onderstreepte zinsdeel.
Mijn moeder is maandag jarig.

Question

5
Benoem het onderstreepte zinsdeel.
Mijn juf kan mooi voorlezen.

Question

6
Heeft elke zin een werkwoordelijk gezegde?

Question

7
Benoem het onderstreepte zinsdeel.
Die vrouw is een heks.

Question

8
Benoem het onderstreepte zinsdeel.
De kinderen zaten te lachen.

Question

9
Wat is één zinsdeel?
Rutger en Boudewijn gaan vaak stappen.

Question

10
Wat is het naamwoordelijk gezegde?
Erik is voetballer.

Question

11
Benoem het onderstreepte zinsdeel.
Mijn juf kan mooi voorlezen.

Question

12
‘Kopen’ is een zelfstandig werkwoord.

Question

13
Wat is één zinsdeel?
Mijn moeder zet de bloemen op tafel.

Question

14
Welk zinsdeel is ‘jarig’?
Mijn oma is morgen jarig.

Question

15
‘Zijn’ kan een koppelwerkwoord zijn.