Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Wat is het naamwoordelijk gezegde?
Drie leerlingen zijn ziek.

Question

2
Wat is het onderwerp?
Het regent hard.

Question

3
Kun je zinsdelen herkennen door vervangen?

Question

4
Welk zinsdeel is ‘mijn oma’?
Mijn oma is morgen jarig.

Question

5
‘Zijn’ kan een zelfstandig werkwoord zijn.

Question

6
Benoem het onderstreepte zinsdeel.
Mijn moeder is maandag jarig.

Question

7
Wat is één zinsdeel?
Morgen zullen we de vakantie boeken.

Question

8
Benoem het onderstreepte zinsdeel.
De kinderen zaten te lachen.

Question

9
Heeft elke zin een persoonsvorm?

Question

10
Benoem het onderstreepte zinsdeel.
Die vrouw is een heks.

Question

11
Wat is het werkwoordelijke gezegde?
Wil je ook iets drinken?

Question

12
Wat is één zinsdeel?
Mijn moeder zet de bloemen op tafel.

Question

13
Heeft elke zin een werkwoordelijk gezegde?

Question

14
Wat is één zinsdeel?
Mijn vriendin Marike gaf ik bloemen.

Question

15
‘Worden’ kan een koppelwerkwoord zijn.