Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Question

1

Welke verschijnselen horen bij een inflammatio?




Question

2

Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

In de milt worden lymfocyten gevormd.
In de milt worden erytrocyten gevormd.
In de milt worden thymocyten gevormd.
De v. lienalis mondt uit in de v. cava inferior.
De milt ligt retroperitoneaal.
In de milt worden zowel het bloed als de lymfe gezuiverd.
In de milt worden erytrocyten afgebroken.
De milt is een bloedreservoir.




Question

3

Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

Iemand met bloedgroep AB heeft altijd A-antigeen en B-antigeen in zijn bloed.
Iemand met bloedgroep AB kan in noodgevallen zijn bloed aan iemand met bloedgroep 0 geven.
Iemand met bloedgroep 0 heeft geen antistoffen tegen bloedgroep A en bloedgroep B in zijn bloed.
Iemand met bloedgroep B kan in noodgevallen bloed van iemand met bloedgroep AB ontvangen.
Iemand met bloedgroep AB kan in noodgevallen bloed van iemand met bloedgroep 0 ontvangen.
Als je moeder bloedgroep A positief heeft, heb je zelf altijd antigeen-A en RhD-antistoffen in je bloed.
Iemand met bloedgroep A heeft altijd antistoffen tegen bloedgroep B in zijn bloed.




Question

4

In welke volgorde worden de hier genoemde lagen van de huid gepasseerd door de injectienaald bij een intramusculaire injectie?





Question

5

Wat is van toepassing op zweet en zweetklieren? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.




Question

6

Wat zijn de vier karakteristieken van de werking van het immuunsysteem?




Question

7

Wat versta je onder passieve immunisatie?




Question

8
Vul bij elk cijfer het juiste begrip in.





Question

9
Sleep elk begrip naar de juiste plaats.




Question

10
Welke drie vaatnetwerken vind je van binnen naar buiten in de huid?