Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?
Een cel met 2 x 23 chromosomen is een diploïde cel.
Alle cellen in het menselijk lichaam bevatten 46 chromosomen.
De functie van het centrosoom is de vorming van trekdraden tijdens de mitose.
Tijdens de celcyclus duurt de delingsfase altijd veel langer dan de groeifase.
Verdubbeling van de chromatiden vindt plaats vlak voor ze vanuit het equatoriale vlak uit elkaar worden getrokken.




Question

2
De cel wisselt continu stoffen met zijn omgeving uit. Welke van de hieronder genoemde begrippen hebben betrekking op actief transport via de celmembraan?
Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.





Question

3
Op welke manier stimuleren de nieren het beenmerg tot de productie van meer rode bloedcellen?





Question

4

Wat behoort tot de functie(s) van het spijsverteringsstelsel?




Question

5
Wat is een functie van de celkern?




Question

6
Wat gebeurt er bij osmose?




Question

7
Wat zijn chromosomen?





Question

8
Vul in: anabole of katabole

Biochemische reacties in de cel waarbij grotere moleculen in kleinere worden omgezet en waarbij energie beschikbaar komt noem je
reacties.
Biochemische reacties in de cel waarbij kleinere moleculen in grotere worden omgezet en waarbij energie nodig is noem je
reacties.
Als in de cel assimilatie plaatsvindt gaat dat gepaard met
reacties.
Als in de cel dissimilatie plaatsvindt gaat dat gepaard met
reacties.




Question

9

Sleep elk begrip naar de juiste plaats.

 





Question

10
Hieronder staan enkele fasen van de mitose. Zet de fasen in de goede volgorde.