Questionmark Perception
Aug 20 2019 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Wat gebeurt er bij osmose?




Question

2
Cellen hebben een levenscyclus die in drie fasen te verdelen is. Een daarvan is de functionele fase. Hoe is deze fase het best te omschrijven?





Question

3
Cytostatica zijn stoffen die delende cellen remmen of stoppen in hun activiteit. Ze worden toegediend bij patiënten met een kwaadaardige tumor. Enkele celtypen in het lichaam van een volwassen mens zijn:

1 cellen in de stratum germinativum van de huid
2 neuronen in het centrale zenuwstelsel
3 erytrocyten in het bloed
4 epitheelcellen in de dunne darm.

Op welke van deze celtypen kunnen de cytostatica ook van invloed zijn?




Question

4
Vul in: anabole of katabole

Biochemische reacties in de cel waarbij grotere moleculen in kleinere worden omgezet en waarbij energie beschikbaar komt noem je
reacties.
Biochemische reacties in de cel waarbij kleinere moleculen in grotere worden omgezet en waarbij energie nodig is noem je
reacties.
Als in de cel assimilatie plaatsvindt gaat dat gepaard met
reacties.
Als in de cel dissimilatie plaatsvindt gaat dat gepaard met
reacties.




Question

5

Welke van onderstaande omstandigheden leiden tot een verhoging van de bloeddruk? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.




Question

6
Wat is van toepassing op enzymen?
Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.




Question

7
Wat zijn chromosomen?





Question

8
Op welke manier stimuleren de nieren het beenmerg tot de productie van meer rode bloedcellen?





Question

9
Sleep de juiste letter naar de juiste plaats.

a codon
b anticodon
c mRNA gaat vanuit de kern naar het cytoplasma
d het ribosoom loopt het mRNA af, waarbij nieuwe aminozuren aan de polypeptidenketen worden gehecht
e tRNA gaat weer terug om een nieuw aminozuur aan zich te hechten
f nieuw gevormd eiwit
g tRNA met een aminozuur
h tRNA hecht zich op het ribosoom even aan mRNA.
i losse aminozuren in het cytoplasma
j DNA in de kern dient als matrijs voor de opbouw van mRNA
k mRNA vastgehecht aan een ribosoom




Question

10
Wat is de optimumtemperatuur van de meeste enzymen in het menselijk lichaam?