Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Sleep de juiste letter naar de juiste plaats.

a codon
b anticodon
c mRNA gaat vanuit de kern naar het cytoplasma
d het ribosoom loopt het mRNA af, waarbij nieuwe aminozuren aan de polypeptidenketen worden gehecht
e tRNA gaat weer terug om een nieuw aminozuur aan zich te hechten
f nieuw gevormd eiwit
g tRNA met een aminozuur
h tRNA hecht zich op het ribosoom even aan mRNA.
i losse aminozuren in het cytoplasma
j DNA in de kern dient als matrijs voor de opbouw van mRNA
k mRNA vastgehecht aan een ribosoom




Question

2
Vul in: anabole of katabole

Biochemische reacties in de cel waarbij grotere moleculen in kleinere worden omgezet en waarbij energie beschikbaar komt noem je
reacties.
Biochemische reacties in de cel waarbij kleinere moleculen in grotere worden omgezet en waarbij energie nodig is noem je
reacties.
Als in de cel assimilatie plaatsvindt gaat dat gepaard met
reacties.
Als in de cel dissimilatie plaatsvindt gaat dat gepaard met
reacties.




Question

3
Hieronder staan enkele fasen van de mitose. Zet de fasen in de goede volgorde.





Question

4
Wat is de optimumtemperatuur van de meeste enzymen in het menselijk lichaam?




Question

5

Wat behoort tot de functie(s) van het spijsverteringsstelsel?




Question

6
Sleep de juiste cijfers naar de juiste plaats.

1 Chromosomen rangschikken zich in het equatoriale vlak.
2 Kernmembraan verschijnt.
3 Kerninhoud is egaal, chromosomen zijn niet te zien.
4 Chromatiden despiraliseren en de cel snoert in; de groeifase kan beginnen.
5 Chromosomen worden uit elkaar getrokken.
6 Centriolen vormen spoeldraden.
7 Verdubbelde chromosomen zijn zichtbaar en bestaan elk uit twee chromatiden.




Question

7
Wat is van toepassing op enzymen?
Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.




Question

8
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?
De functie van het centrosoom is de vorming van trekdraden tijdens de mitose.
Een cel met 2 x 23 chromosomen is een diploïde cel.
Verdubbeling van de chromatiden vindt plaats vlak voor ze vanuit het equatoriale vlak uit elkaar worden getrokken.
Tijdens de celcyclus duurt de delingsfase altijd veel langer dan de groeifase.
Alle cellen in het menselijk lichaam bevatten 46 chromosomen.




Question

9
Wat gebeurt er bij osmose?




Question

10
Wat is een functie van de celkern?