Questionmark Perception
Dec 11 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Wat gebeurt er met levende cellen als je die in een hypertone oplossing legt? 





Question

2
Vul in: DNA of RNA.

In het  ligt de codering van de te vormen eiwitten besloten.
De vier stikstofbasen van
zijn adenine, thymine, cytosine en guanine.
heeft de stikstofbase uracil in plaats van thymine.
komt alleen voor in de celkern.




Question

3
Sleep de juiste cijfers naar de juiste plaats.

1 Chromosomen rangschikken zich in het equatoriale vlak.
2 Kernmembraan verschijnt.
3 Kerninhoud is egaal, chromosomen zijn niet te zien.
4 Chromatiden despiraliseren en de cel snoert in; de groeifase kan beginnen.
5 Chromosomen worden uit elkaar getrokken.
6 Centriolen vormen spoeldraden.
7 Verdubbelde chromosomen zijn zichtbaar en bestaan elk uit twee chromatiden.




Question

4

Sleep elk begrip naar de juiste plaats.

 





Question

5

Welke van onderstaande omstandigheden leiden tot een verhoging van de bloeddruk? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.




Question

6
Wat is een functie van de celkern?




Question

7
Op welke manier stimuleren de nieren het beenmerg tot de productie van meer rode bloedcellen?





Question

8
Hieronder staan enkele fasen van de mitose. Zet de fasen in de goede volgorde.





Question

9

Wat behoort tot de functie(s) van het spijsverteringsstelsel?




Question

10
Sleep de juiste letter naar de juiste plaats.

a codon
b anticodon
c mRNA gaat vanuit de kern naar het cytoplasma
d het ribosoom loopt het mRNA af, waarbij nieuwe aminozuren aan de polypeptidenketen worden gehecht
e tRNA gaat weer terug om een nieuw aminozuur aan zich te hechten
f nieuw gevormd eiwit
g tRNA met een aminozuur
h tRNA hecht zich op het ribosoom even aan mRNA.
i losse aminozuren in het cytoplasma
j DNA in de kern dient als matrijs voor de opbouw van mRNA
k mRNA vastgehecht aan een ribosoom