Questionmark Perception
May 21 2019 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Wat is van toepassing op enzymen?
Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.




Question

2
De cel wisselt continu stoffen met zijn omgeving uit. Welke van de hieronder genoemde begrippen hebben betrekking op actief transport via de celmembraan?
Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.





Question

3
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?
Lysosomen bestaan uit een netwerk van membranen.
De celstofwisseling speelt zich voornamelijk af in het intercellulaire milieu.
ADP is het belangrijkste product van de aerobe dissimilatie.
Het golgicomplex werkt nauw samen met het endoplasmatisch reticulum.
Ribosomen spelen een belangrijke rol bij de eiwitsynthese.
Mitochondriën zijn betrokken bij de energieproductie van de cel.




Question

4
Wat is de optimumtemperatuur van de meeste enzymen in het menselijk lichaam?




Question

5
Sleep de juiste letter naar de juiste plaats.

a codon
b anticodon
c mRNA gaat vanuit de kern naar het cytoplasma
d het ribosoom loopt het mRNA af, waarbij nieuwe aminozuren aan de polypeptidenketen worden gehecht
e tRNA gaat weer terug om een nieuw aminozuur aan zich te hechten
f nieuw gevormd eiwit
g tRNA met een aminozuur
h tRNA hecht zich op het ribosoom even aan mRNA.
i losse aminozuren in het cytoplasma
j DNA in de kern dient als matrijs voor de opbouw van mRNA
k mRNA vastgehecht aan een ribosoom




Question

6
Wat zijn chromosomen?





Question

7
Sleep de juiste cijfers naar de juiste plaats.

1 Chromosomen rangschikken zich in het equatoriale vlak.
2 Kernmembraan verschijnt.
3 Kerninhoud is egaal, chromosomen zijn niet te zien.
4 Chromatiden despiraliseren en de cel snoert in; de groeifase kan beginnen.
5 Chromosomen worden uit elkaar getrokken.
6 Centriolen vormen spoeldraden.
7 Verdubbelde chromosomen zijn zichtbaar en bestaan elk uit twee chromatiden.




Question

8
Wat is een functie van de celkern?




Question

9
Cytostatica zijn stoffen die delende cellen remmen of stoppen in hun activiteit. Ze worden toegediend bij patiënten met een kwaadaardige tumor. Enkele celtypen in het lichaam van een volwassen mens zijn:

1 cellen in de stratum germinativum van de huid
2 neuronen in het centrale zenuwstelsel
3 erytrocyten in het bloed
4 epitheelcellen in de dunne darm.

Op welke van deze celtypen kunnen de cytostatica ook van invloed zijn?




Question

10

Wat behoort tot de functie(s) van het spijsverteringsstelsel?