Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?
De celstofwisseling speelt zich voornamelijk af in het intercellulaire milieu.
ADP is het belangrijkste product van de aerobe dissimilatie.
Het golgicomplex werkt nauw samen met het endoplasmatisch reticulum.
Ribosomen spelen een belangrijke rol bij de eiwitsynthese.
Mitochondriën zijn betrokken bij de energieproductie van de cel.
Lysosomen bestaan uit een netwerk van membranen.




Question

2
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?
Dorsaal van het hart ligt de slokdarm.
De apex van het hart wijst naar rechts.
Het hart rust met de rechterventrikel op het diafragma.
De ventrale kant van het hart wordt grotendeels gevormd door het linkerventrikel.
Het hart ligt in het mediastinum.
Lateraal van het hart liggen links en rechts de longen.
De linkerlong heeft twee longkwabben en de rechterlong heeft er drie.




Question

3
Cellen hebben een levenscyclus die in drie fasen te verdelen is. Een daarvan is de functionele fase. Hoe is deze fase het best te omschrijven?





Question

4
Hoe noem je de draaibeweging van het been naar buiten?




Question

5
Wat is de optimumtemperatuur van de meeste enzymen in het menselijk lichaam?




Question

6
De onderzoeksmethode waarbij de buitenkant van (een deel van) het lichaam geobserveerd wordt, noem je ...




Question

7
Hieronder zie je drie afbeeldingen.
Kies bij elke afbeelding de juiste onderzoeksmethode.

afbeelding 1

afbeelding 2

afbeelding 3





Question

8
Wat is het hilum van een orgaan?




Question

9
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?
Alle cellen in het menselijk lichaam bevatten 46 chromosomen.
Tijdens de celcyclus duurt de delingsfase altijd veel langer dan de groeifase.
De functie van het centrosoom is de vorming van trekdraden tijdens de mitose.
Verdubbeling van de chromatiden vindt plaats vlak voor ze vanuit het equatoriale vlak uit elkaar worden getrokken.
Een cel met 2 x 23 chromosomen is een diploïde cel.




Question

10
Wat gebeurt er met levende cellen als je die in een hypertone oplossing legt?