Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction


Quickscan VMBO gt Nederlands

Question

1
Supporters 

De laatste tijd ga ik minder vaak naar sportwedstrijden. Waarom? Ik stoor me steeds meer aan de overige supporters. Het lijken wel kleuters die hartstikke gek zijn. Ik vind dat ze zich normaal moeten gedragen.

Vroeger bezocht ik vaak sportwedstrijden. Ik ging om mijn favorieten aan het werk te kunnen zien. Maar vooral wilde ik een spannende wedstrijd zien. Ik klapte dan bij elke goede actie en soms schreeuwde ik een aanmoediging. Prima toch?

Helaas is er veel veranderd. Als je nu op de tribune om je heen kijkt, lijkt het wel of je in een groep carnavalvierende kleuters terechtgekomen bent. Hier heeft iemand zich helemaal oranje geschilderd, daar staat er een met een berenmuts op en wat verderop danst een man van middelbare leeftijd in een koeienpak. En altijd dat dweilorkest.

Dus voor mij hoeft het niet meer. Ik ga niet meer naar sportwedstrijden waar deze kleuterklassen ook mogen komen.


Remco Vermeulen



Een tekstsoort kun je herkennen aan (verschillende) kenmerken. Wat voor een tekstsoort zie je hierboven staan?

Question

2

Je schrijft een verslag over je bezoek aan het Nederlands instituut voor Beeld en Geluid. Welk schrijfdoel heb je dan? 

Question

3
MEDEWERKER GOEDERENONTVANGST (M/V) (100%)

Binnen de Civiele Dienst van het Wilhelminaziekenhuis ontstaat een vacature voor een medewerker goederenontvangst m/v (100%). In het centraal magazijn vindt de ontvangst opslag en distributie plaats van alle gebruiksgoederen voor het ziekenhuis. Er wordt gebruik gemaakt van een geautomatiseerde voorraadadministratie. De personeelsbezetting bestaat uit een magazijnbeheerder en twee medewerkers.

Taken
De werkzaamheden van de medewerker goederenontvangst vinden plaats onder leiding van de magazijnbeheerder. Het gaat om de volgende werkzaamheden:
- Het in ontvangst nemen en uitpakken van goederen.
- Controleren van goederen aan de hand van een computergestuurd systeem.
- Distribueren van goederen over de gebruikers.
- Bijhouden van voorraadadministratie en verzorgen van retourzendingen.
- Opruimen en schoonhouden van de werkplek.

Functie-eisen
Naast een opleiding op VMBO-niveau heb je gevoel voor verantwoordelijkheid, ben je nauwkeurig en heb je een flexibele instelling. Ook kun je omgaan met een tekstverwerker.

Arbeidsvoorwaarden
Jouw salaris wordt vastgesteld volgens functiegroep 20. Voor nadere informatie kun je contact opnemen met de heer A.F. Ransen, hoofd Civiele Dienst, telefoon 030 - 232 02 30.

Schriftelijke sollicitaties kun je binnen twee weken na het verschijnen van deze advertentie richten aan het Wilhelmina Kinderziekenhuis, ter attentie van de heer I. van de Reinden, Postbus 18009, 3501 CA Utrecht. Ook kun je je brief mailen naar i.vandereinden@WZ.nl.

Je ziet hieronder een sollicitatiebrief geschreven naar aanleiding van de advertentie van het Wilhelmina Ziekenhuis. De brief staat wel wat door elkaar. Geef de goede volgorde van de verschillende onderdelen.
In de bijlage kunt u meer lezen over mijn werkervaring. Ik hoop dat ik binnenkort word opgeroepen voor een gesprek.

Question

4
Stel je stuurt een zakelijke e-mail naar een webwinkel met een klacht over een product. Wat moet je dan NIET doen?

Question

5
Hier staan verschillende uitspraken over een affiche. Welke uitspraken zijn waar?
Klik er meerdere aan.

Question

6
De volgende acht vragen gaan over de tekst Hoeveel natuur kan een mens aan? 

Hoeveel natuur kan een mens aan? 

Alinea 1
Er is een probleem met grote dieren. In Epe en andere dorpen op de Veluwe wroeten wilde zwijnen tuinen om en in Zandvoort zijn het damherten uit de Amsterdamse Waterleidingduinen die de rozenstruiken van de omwonenden opeten en ongelukken veroorzaken. En dat alles, doordat het goed gaat met grote dieren in Nederland. “We hebben hun bedje gespreid”, zegt David Kleijn, ecoloog¹ in Wageningen. “Herten, reeën, zwijnen, ganzen, kraanvogels, ze profiteren van de door de landbouw toegenomen voedselrijkdom. En natuurgebieden zijn groot genoeg geworden voor soorten die veel ruimte nodig hebben.” 

Alinea 2
Han Olff, hoogleraar aan de Universiteit van Groningen, zegt: “Het valt me op, dat we ons drukker maken om soorten die toenemen dan om soorten die afnemen. Met de vlinder en vele andere soorten gaat het steeds slechter, maar dat lijkt ons niet zo bezig te houden.” Volgens hem heeft dat te maken met de omvang van de dieren. “Hoe groter de soort, hoe groter het probleem. Hoe groter de beesten, hoe meer we vinden dat we moeten ingrijpen.” Volgens Olff kun je de grens trekken bij de das en de vos. “Dat het goed gaat met de bosmuis en de veldmuis, vinden we geen enkel probleem. Zelfs met de boommarter en de steenmarter, waar het ook beter mee gaat, kunnen we goed leven, zolang ze niet bij ons op zolder gaan zitten. De das en de vos, dat gaat nog net, al begint hier de problematische relatie al. Maar bij herten en wilde zwijnen gaan we echt problemen zien.”

ecoloog¹: wetenschapper die zich gespecialiseerd heeft in de bescherming van natuur en milieu

In bovenstaande tekst zie je de eerste twee alinea's van de tekst Hoeveel natuur kan een mens aan?
Op welke manier wordt het onderwerp van de tekst in alinea 1 ingeleid?

Question

7
Alinea 4
Toch is onderzoek goed mogelijk. Geluk mag dan niet aantoonbaar zijn, ongeluk is dat wel. Voor dat ongeluk wordt in de wetenschap de neutrale term 'stress' gebruikt. Stress bij dieren heeft verandering in gedrag en in het lichaam tot gevolg. Stress kan apathie veroorzaken en leiden tot dwangmatige handelingen. Stress is meetbaar door de aanwezigheid van stresshormonen vast te stellen. Deze hormonen worden in speeksel aangetroffen. Bij varkens in de bio-industrie is dit hormoon in grote hoeveelheden aanwezig.

Lees de vierde alinea van de tekst De mens in het beest.
Welk tussenkopje zou je boven deze alinea kunnen plaatsen?

Question

8
Alinea 6
Geluksgevoelens bij de mens ontstaan niet zomaar. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat ook deze, vergelijkbaar met ongeluksgevoelens, gekoppeld zijn aan biochemische stoffen. In dit geval gaat het om endorfine. Dat is een morfine-achtige stof die door het lichaam zelf worden aangemaakt en bij de mens tot prettige gevoelens leidt. Doordat ook dieren endorfine produceren, is het logisch aan te nemen dat ze iets vergelijkbaars voelen als wij, wanneer deze stof zijn werking verricht. Endorfine kan ook worden geproduceerd door ritmische herhaling; hoe vaker een en dezelfde beweging wordt herhaald, hoe beter. De dansvloer is een plek waarop dat onder meer kan gebeuren, vooral tijdens houseparty's; maar ook de atleet die in een roes een marathon uitloopt en op een zeker moment geen pijn meer voelt, heeft endorfine aangemaakt.

Alinea 7
Een van de verrassendste bevindingen uit een Wagenings onderzoek is dat herhalingsgedrag van dieren in de bio-industrie en dierentuinen, zoals het voortdurend verrichten van dezelfde loopbewegingen of het eindeloos heen en weer schudden met de kop, endorfine opwekt, waardoor de dieren in een roes geraken. De aanmaak van endorfine is voor deze dieren dan de enige mogelijkheid om de ellendigste leefomstandigheden te verdragen.

Welke overeenkomst is er tussen mens en dier in de manier waarop ze de aanmaak van endorfine kunnen bevorderen?

Question

9
Alinea 8
Vrijwel alle biologen gaan er tegenwoordig vanuit dat er alleen maar graduele verschillen zijn in gevoelsleven tussen de mens en de verschillende diersoorten. Volgens bioloog Van Hooff wijken wij op het emotionele vlak slechts af van de dieren in zoverre wij onze gevoelens kunnen verwoorden en dus met anderen kunnen delen. Door te luisteren of te lezen over wat anderen hebben meegemaakt, kunnen wij onze wereld uitbreiden tot buiten de eigen ervaringswereld. Door die communicatie kunnen we onze gevoelswereld steeds verder ontwikkelen en verfijnen. Dat kunnen dieren vanzelfsprekend niet. Een dier communiceert niet over gevoelens, een dier is er gewoon, en als de omstandigheden maar goed zijn, is dat voor hem voldoende.

Volgens bioloog Van Hooff kunnen mensen, in tegenstelling tot dieren, hun gevoelens onder woorden brengen en met anderen delen. (zie alinea 8)
Welk verschil tussen mens en dier is hiervan het gevolg?

Question

10
Alinea 9
Een dier denkt niet na over de verre toekomst en is daardoor vaak beter af dan wij. Wij zien soms de ellende aankomen, wij maken ons irreële voorstellingen van wat er kan gebeuren en zijn nogal eens nodeloos bezorgd. Dieren leven meer bij de dag en eigenlijk is dat zo gek nog niet.

"een dier is er gewoon" (laatste zin alinea 8)
Hoe kan dit het beste worden uitgelegd, als je kijkt naar alinea 8 en 9?

Question

11
Waarom past de titel De mens in het beest goed bij dit artikel?

Question

12
Lijken de onderzoeksgegevens zoals ze door de schrijver worden opgenomen in dit artikel, betrouwbaar?

Question

13
Wat is de hoofdgedachte van de tekst De mens in het beest?

Question

14

De volgende drie vragen gaan over onderstaande advertentie van Melkunie.



Je leeft gezond. Je eet bewust. Ook tussendoor. Dan pak je die nieuwe yoghurt van Melkunie. Met granen en vruchten. In twee smaken: Peer en Sinaasappel/Banaan. Da's fris. En met extra vitamines en druivensuiker. Da's fit. En dat maakt samen dus Fris & fit. Voor alle momenten dat je er even doorheen zit.
AL 'T GOEIE KOMT VAN MELKUNIE KOEIEN


Kun je uit de illustratie bij de advertentie van de Melkunie een bruikbaar antwoord vinden op de vraag of dieren gelukkig kunnen zijn?

Question

15
In de advertentie staan de begrippen fris en fit centraal.
Op welke wijze krijgen deze begrippen in de advertentie extra nadruk?