Questionmark Perception
Dec 11 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Introduction


Quickscan HAVO Nederlands

Question

1

Wim Koole, die promoveerde op het proefschrift 'De troost van de televisie' en Ruut Veenhoven, gezinssocioloog, vinden populaire programma's als 'All you need is love' en andere vormen van wat wel 'tranen-tv' wordt genoemd een goed voorbeeld van groepstherapie op en via de tv. Als een vechtend stel zich op de buis met elkaar heeft verzoend, en een kijker zegt: 'Dat wil ik ook wel eens, een bord naar je kop gooien' verheldert dat de gevoelens voor de eigen partner. Het is een openbare biecht met alle heilzame gevolgen vandien.
De minachting voor dit soort programma's in intellectuele kringen is misplaatst. De voorhoede léést, bijvoorbeeld psychologische romans: in het privéleven van anderen zijn we allemaal geïnteresseerd, niet uit platte nieuwsgierigheid, maar omdat we er iets aan hebben.
Tv is een medium dat bij uitstek geschikt is om in onze geïndividualiseerde samenleving voorbeelden te tonen en rolmodellen te bieden. De omgang tussen de mensen is met het vager worden van de sociale spelregels ingewikkelder geworden en dat geldt het sterkst voor de liefde. Geluk wordt in hoge mate bepaald door relaties. Als je geen goede relatie hebt, word je ongelukkig en dan doe je er goed aan informatie in te winnen.

naar: Bert Bukman, Biechten op tv
uit: HP/de Tijd, 7 januari 1994

Met welk doel heeft de schrijver deze tekst geschreven?
De schrijver wil ...

Question

2
Wat vindt de schrijver van tranen-tv?

Question

3
Om een standpunt te onderbouwen kan gebruik worden gemaakt van verschillende argumenten. In bovenstaande tekst neemt de auteur een standpunt in over 'tranen-tv'.
"De minachting in intellectuele kringen is misplaatst" (regel 8).

Met welke twee soorten argumenten wordt dit standpunt in alinea 1 onderbouwd?

Question

4
Bezeten van tv

In Amerika noemt men mensen die de hele dag voor de tv zitten 'telly-addicts'. In Nederland spreken we over beeldbuisjunks. De terminologie geeft aan dat overmatig tv-kijken als een vorm van verslaving beschouwd kan worden. Nu klinkt dat nogal dramatisch, want strikt genomen is er pas sprake van een verslaving als bij onthouding van het middel lichamelijke ontwenningsverschijnselen optreden. Zo niet, dan spreek je van gewenning of gewoontevorming. Wetenschappelijk bewijs dat mensen ontwenningsverschijnselen vertonen als ze lange tijd geen tv kunnen kijken, is er niet. Maar er is wel journalistiek bewijs.
Zowel in Nederland als in Amerika, Duitsland en België zijn door kranten of tv-stations onderzoekjes gedaan waarbij veelkijkers een bedrag geboden werd als ze hun tv voor één maand of langer wilden opgeven. In het begin lijkt het leven zonder tv mee te vallen: men schaart zich rond het monopoly-bord, besteedt tijd aan hobby's, heeft wat meer sociale contacten en vermaakt zich wel. Na verloop van een maand blijkt vrijwel iedereen heftig terug te verlangen naar zijn televisie. De afkickers rapporteren verveling, nervositeit en een versterking van neerslachtige gevoelens. In sommige gevallen gaan mensen meer roken of kalmeringstabletten slikken.


Dit tekstgedeelte is ...

Question

5
De hoofdgedachte van dit tekstgedeelte is:

Question

6

Retourtje Paradijs

De wereld van de toerist

  1. Vakantie mag vrijwel alleen positieve verhalen opleveren. Zelden hoor je reppen over tegenvallende vakanties, hoewel iedereen die uit ervaring kent. Je Retourtje Paradijs begon met zeven uur file bij Lyon, de volgende dag liep je een kapotte koppakking op, in de Camargue bleken de muggen niet te harden, de wilde paarden niet te zien en de vergezichten niet zo mooi als de folderfoto's beloofden. "En?" vroeg de buurman aan het tuinhek, terwijl je kubieke meters tassen, kookgerei en kampeerspullen uit de auto sjorde, "fijne vakantie gehad?" "Heerlijk", antwoordde je, "in één woord: geweldig."
  2. Wat is het toch dat vakantie tot een onderwerp maakt waarbij alleen vrome lofdichten passen? Zou het met een gewijde lading van vakantie te maken hebben? Zoals het vroeger ondenkbaar was bij de zondagsviering te ontbreken, zo is het nu ondenkbaar het vakantievieren over te slaan. De vakantie is zo geritualiseerd, dat degene die een jaartje past, van zijn omgeving perplexe reacties krijgt en heel vaak moet uitleggen hoe dat toch mogelijk is.
  3. Vakantie is van een verlangen uitgegroeid tot een recht en vervolgens tot een soort burgerplicht met bijbehorende sociale controle. De doorbraak van de vakantie als massaal consumptiegoed is een welvaartsverschijnsel en hangt samen met de groei van de vrije tijd, de mobiliteit en het inkomen. Maar daarmee is het succes van de vakantie nog niet verklaard; we hadden onze tijd en ons geld immers ook anders kunnen besteden. Het kan er ook niet aan liggen dat vakantie het mooiste brengt dat er op dit ondermaanse valt te beleven, want behalve aangename ervaringen levert zij ook misère op.
  4. Het lijkt er eerder op dat vakantie van een nieuw, aards geloof vervuld is geraakt. Moe van werk, verplichtingen en gedoe dromen we van een paar weken volmaakt genieten. Naarmate het seizoen nadert, nemen die voorstellingen steeds meer mythische vormen aan. We wijden ons aan de openingsriten: we controleren de kampeeruitrusting, halen reisgidsen in huis en bepraten hoe het zal zijn, straks, aan dat heerlijke bergbeekje, bij dat heerlijke dorp, in die heerlijke zon. En op een dag is het zover. We komen aan in dat paradijs en merken dat het heus aardig is, maar niet zo bedwelmend als we hadden gedroomd. Op de terugreis echter vallen de tegenvallers al door de zeef van de herinnering en lijkt de hele vakantie op dat éne uur van zaligheid met een boekje aan een beekje onder een boompje. Niets mooiers dan vakantie. Volgend jaar wéér.

Wat is de functie van alinea 1?

Question

7
Wat is de functie van alinea 2?

Question

8
Wat is de functie van alinea 3-4?

Question

9
Er worden vier typen redeneringen onderscheiden: redeneringen op basis van ...

1 oorzaak en gevolg
2 voor- en nadelen
3 overeenkomst
4 stelling met argumenten.

In alinea 2 vraagt de schrijver zich af: 'Wat is ... maken hebben?' (regels 8-9). Deze vragen suggereren een verband tussen geloof en vakantie. In alinea 4 wordt dit verband beredeneerd.
Welk type redenering gebruikt de schrijver in alinea 4 .

Question

10
We kunnen de volgende typen argumenten onderscheiden: argumenten op basis van controleerbare feiten, voorbeeld, vergelijking, ervaring (empirisch argument), gezag of autoriteit, gevolg, nut of gewenste gevolgen, gevoel of emotie, algemene normen en waarden. Bepaal het type argument dat in elk van de volgende zinnen wordt gebruikt.

Question

11
Er worden verschillende soorten drogredenen onderscheiden: onjuiste oorzaak-gevolgrelatie, valse vergelijking, persoonlijke aanval, verkeerde autoriteit, overhaaste generalisatie, cirkelredenering, ontduiken van bewijslast, vertekenen van een standpunt.
Van welk soort drogreden is sprake is in de volgende voorbeelden?