Questionmark Perception
Dec 11 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
In het algemeen ligt de rente op kortlopend krediet lager dan de rente op langlopend krediet (dit verband wordt beschreven in de zogeheten yieldcurve).
Waardoor wordt dit onder meer veroorzaakt?


Question

2
In welk geval is het inflatierisico bij een lening hoger voor de kredietverstrekker en waarom?

Question

3
Stel dat de centrale bank de korte rente verhoogt om de gestegen inflatie te bestrijden. Hoe zou deze hogere korte rente kunnen leiden tot een daling van de kapitaalmarktrente?


Question

4
Waarom leidt volgens de klassieke kwantiteitstheorie van Irving Fisher een vergroting van de geldhoeveelheid altijd tot een evenredige stijging van het algemeen prijsniveau?


Question

5
Bij welk motief voor het aanhouden van liquide middelen in de  Keynesiaanse liquiditeitsvoorkeurtheorie bestaat geen verband met de hoogte van de rentestand?


Question

6
In welk geval leidt geldschepping in de Keynesiaanse opvatting tot een verhoging van het algemeen prijspeil.


Question

7
Welke invloed heeft een onverwachte rentestijging op de koersen van obligaties?


Question

8
Welke invloed heeft ontpotting op de geldhoeveelheid?

Question

9
Welke kritiek hebben de monetaristen onder meer op de Keynesiaanse opvatting, waar het gaat om de invloed van het geld op de economie?


Question

10
Waarom werkt volgens monetaristen geldschepping direct door in een stijging van het algemeen prijsniveau?