Questionmark Perception
Oct 20 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Hoe heet de wetenschap die zich bezighoudt met de overerving van eigenschappen?




Question

2
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

Het karyogram van een vrouw is meestal hetzelfde als dat van haar zoon.
Elke lichaamscel van de mens bevat het genoom van de vader en van de moeder.
De menselijke geslachtscel is altijd diploïd.
De totale erfelijke code van de mens noem je het genoom.




Question

3
Maak de zinnen compleet. Kies uit: dominant, heterozygoot, homozygoot of recessief.

Als iemand voor een erfelijke eigenschap twee dezelfde allelen heeft, noem je hem
voor deze eigenschap.
Een allel dat niet tot expressie komt bij heterozygotie, noem je een
allel.
Wanneer iemand voor dezelfde eigenschap twee verschillende allelen heeft, noem je hem
voor deze eigenschap.
Iemand heeft krullend haar en is heterozygoot voor deze eigenschap. Je weet dus dat het allel 'krullend haar'
is ten opzichte van het allel 'sluik haar'.




Question

4
Wat is van toepassing op het fenotype en het genotype? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.




Question

5
Een vrouw is in verwachting. Hoeveel procent kans heeft zij op een zoon? En op een dochter?




Question

6
Bekend is dat bruine oogkleur wordt veroorzaakt door een dominant allel en dat het allel voor blauwe ogen recessief is. Een vrouw heeft bruine ogen, haar man heeft blauwe ogen.
Hoe is het genotype voor oogkleur van beiden, of is dit niet te zeggen?




Question

7
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

Een kind van het mannelijk geslacht is het gevolg van het genotype van de vader.
Een kind van het vrouwelijk geslacht is het gevolg van het genotype van de moeder.
Alle mannelijke gameten bevatten een Y-chromosoom.
De helft van alle mannelijke gameten bevat een X-chromosoom.
Alle vrouwelijke gameten bevatten een X-chromosoom.




Question

8
Het allel voor kleurenblindheid is recessief en ligt op het X-chromosoom. Kun je met zekerheid zeggen dat de vader van een kleurenblind meisje zelf ook kleurenblind is?




Question

9
Een kind heeft een eigenschap die veroorzaakt door een autosomaal, recessief allel. Hoe is dat te verklaren?




Question

10
Wat is van toepassing op de zygote? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.





Question

11

Gedurende de eerste acht dagen van de zwangerschap gebeurt er van alles met het embryo. Zet de begrippen die bij deze gebeurtenissen horen in de juiste volgorde. Begin bij zygote. 





Question

12

Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

In de blastulaholte bevinden zich cellen die de voorloper zijn van het embryo.
De centrale holte van de blastocyste wordt dooierzak genoemd.
Uit de concentratie cellen in de blastulaholte ontwikkelt zich later de placenta.
De trofoblast is de voorloper van het embryo.




Question

13

Na een zwangerschap van ongeveer 25 dagen zijn rondom het embryo een aantal vliezen en holten te onderscheiden. Van buiten naar binnen zijn dat ...




Question

14
Welke holte wordt gedurende de embryogenese steeds groter?





Question

15
<BR>Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?<BR><BR>
Uitstulpingen van de chorion worden chorionvlokken genoemd.
De hechtsteel ontwikkelt zich tot placenta.
De vruchtvliezen worden ook wel eivliezen genoemd.
De kiemschijf bestaat meteen uit ectoderm, mesoderm en entoderm.




Question

16
Maak de zinnen compleet. Kies uit: entoderm, mesoderm of ectoderm.

Botten ontwikkelen zich uit het
.
De grote hersenen ontwikkelen zich uit het
.
Skeletspieren ontwikkelen zich uit het
.
De longen ontwikkelen zich uit het
.
De huid ontwikkelt zich uit het
.
Het maag-darmkanaal ontwikkelt zich uit het
.
Het hart ontwikkelt zich uit het
.
De geslachtsorganen ontwikkelen zich uit het
.
De zintuigen ontwikkelen zich uit het
.
De nieren ontstaan uit het
.




Question

17

Maak de zinnen compleet. Kies uit: dermatoom, extremiteitsknoppen, neurale buis, ruggenmerg of somieten.

De neurale groeve groeit aan de bovenkant dicht en heet dan
.
Uit de neurale buis ontwikkelt zich het
.
De oersegmenten worden ook wel
genoemd.
Een huidsegment van een somiet heet een
.
Bij een embryo van zes weken zijn de ledematen als
zichtbaar.




Question

18

In welke fase van de zwangerschap worden alle orgaanstelsels aangelegd?




Question

19

Wat is van toepassing op de placenta en de navelstreng? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.




Question

20

Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?
De ductus arteriosus is een verbinding tussen de vena cava superior en de aorta.
Het bloed dat door de ductus venosus stroomt, bevat relatief weinig zuurstof.
Het bloed in de arteriae umbilicalis bevat meer koolstofdioxide dan het bloed in de vena umbilicalis.
De vena umbilicalis bevat zuurstofrijk bloed.
De stroomrichting van het bloed in de arteriae umbilicales is naar de foetus toe.
Het foramen ovale bevindt zich in het septum cordis ter hoogte van de linker en rechter ventrikel.




Question

21
Waardoor ontstaat de ascensus medullae?




Question

22
Maak de zinnen compleet. Kies uit: fontanel, fonticulus anterior, fonticulus posterior, kroonnaad, pijlnaad of schedelnaad.

Een
is een bindweefselverbinding tussen twee schedelbeenderen.
Een
is een bindweefselverbinding tussen drie of meer schedelbeenderen.
De fontanel tussen de ossa frontales en ossa parietales heet de
.
De fontanel tussen de ossa parietales en os occipitale heet de
.
De schedelnaad in het mediaanvlak heet
.
De
ligt tussen het os frontale en het os parietale.




Question

23
Wat is een belangrijke functie van de fontanellen?




Question

24

Wat is van toepassing op (de groei van) een pijpbeen? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.




Question

25
Op welk moment in de zwangerschap differentiëren de geslachtsorganen tot mannelijk of vrouwelijk?