Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen:


Question

1
Bij het pleinfeest krijgen de leerlingen allemaal wat te drinken. Er zijn 348 kinderen. Er gaan 4 glazen uit een liter. Er worden 40 flessen cola van anderhalve liter gekocht. Hoeveel flessen sinas van anderhalve liter moeten er nog worden gekocht?

Question

2
Drie vriendinnnen staan te praten: Barbara zegt: 25% is de helft van de helft. Nienke zegt: is ongeveer 67% Irene zegt: 75% is hetzelfde als drie kwart. Wat is waar?

Question

3
Maaike, Michel en Mikos spitten de schooltuin om. Maaike heeft deel gedaan, Michel en Mikos 40%. Hoeveel procent van de tuin moet nog omgespit worden?

Question

4
Welk getal ligt het dichtst bij 1000?

Question

5
Maak het rijtje af.
- 9,99 - 10,99 - -

Question

6
is %.

Question

7
Maak het rijtje af.
- - - 11,1 - 11,2

Question

8
Er wordt een dictee gemaakt. Als je 0 fout hebt, heb je een 10, bij 1 fout een 9, bij 2 fout een 8, enzovoort. Een 6 is nog voldoende.
In een klas van 25 kinderen zijn in totaal 126 fouten gemaakt.
Wat is waar?

Question

9
In groep 7a zitten 24 kinderen, in groep 7b zitten 28 kinderen en in groep 7c zitten 25 kinderen. Voor elke groep worden, vanwege een feest, pizza's besteld. Groep 7a en 7c krijgen ieder 6 pizza's en groep 7b krijgt er 7. Wat is waar?

Question

10
Om een vierkant grasveld met een oppervlakte van 36 vierkante meter moeten 3 draden prikkeldraad gespannen worden. Hoeveel meter prikkeldraad is er nodig?