Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Question

1

Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

Het parathormoon en calcitonine zijn elkaars antagonisten.
De cellen die calcitonine maken, worden C-cellen genoemd.
Calcitonine verhoogt het calciumgehalte van de botten.
Calcitonine wordt in de bijschildklieren gevormd.
Calcitonine remt calciumuitscheiding door de nieren.
Vitamine D is noodzakelijk voor de goede werking van het parathormoon.




Question

2

Welk hormoon bevordert en handhaaft bij de vrouw de ontwikkeling van de secundaire geslachtskenmerken?




Question

3

Op welke manier wordt de insulineproductie teruggekoppeld?




Question

4

Sleep elk begrip naar de juiste plaats.




Question

5
Welke stelsels zijn verantwoordelijk voor de vegetatieve regulatie?





Question

6

Door welk proces wordt het concentratieniveau van de meeste hormonen in het bloed gehandhaafd?




Question

7

Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

LH stimuleert de ovulatie.
Afgifte van LH door de adenohypofyse wordt geremd door progesteron.
Afgifte van LH door de adenohypofyse wordt gestimuleerd door progesteron.
LH stimuleert de ontwikkeling van het corpus luteum.
Na de bevruchting stopt het corpus luteum met de afgifte van progesteron.




Question

8
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

Renine stimuleert de omzetting van angiotensinogeen in angiotensine.
Onder invloed van angiotensine vindt vasodilatie van de arteriolen plaats.
Zodra de bloeddruk stijgt, wordt renine aan het bloed afgegeven.
Angiotensine heeft een bloeddrukverhogend effect in het hele lichaam.
Renine is een weefselhormoon.




Question

9

Hieronder staan de gebeurtenissen die in het lichaam van de moeder bij het toeschietreflex optreden. Zet de gebeurtenissen in de goede volgorde, vanaf het moment dat de baby aan de tepel begint te zuigen.





Question

10
Welke van de hier genoemde hormonen worden tot de weefselhormonen gerekend? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.