Questionmark Perception
Dec 18 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Question

1

Wat is geen functie van het urinewegstelsel? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.




Question

2

Sleep elk begrip naar de juiste plaats.




Question

3

Vul achter elk cijfer het juiste begrip in.





Question

4
Vul de zin aan.

De nieren liggen ...




Question

5

Sleep elk begrip naar de juiste plaats.




Question

6
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

De rechternier ligt ter hoogte van de Th9 - Th12.
De nieren liggen met hun hilum naar elkaar toegekeerd.
De linkernier ligt iets lager dan de rechternier.
De nieren worden vooral door de buikwand beschermd.
De linkernier ligt iets hoger dan de rechternier.
De lengte van een nier is ongeveer 9 centimeter.




Question

7

Wat is bijzonder aan de bloedtoevoer naar de nieren?




Question

8

Sleep elk begrip naar de juiste plaats.




Question

9

Waardoor wordt het gestreepte uiterlijk van de medulla van nieren veroorzaakt?




Question

10

Welke van de hier genoemde delen horen niet bij de functionele niereenheid? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.




Question

11

Maak de zinnen compleet. Kies de juiste antwoorden.





Question

12
Hoe noem je het vaatsysteem dat gevormd wordt door het vas afferens, de glomerulus en het vas efferens?





Question

13

Sleep elk begrip naar de juiste plaats.




Question

14

In welke volgorde stroomt het bloed door de nier? Begin bij de a. renalis.





Question

15

Wat is ultrafiltratie in de nieren?




Question

16

Maak de zinnen compleet. Kies de juiste antwoorden.





Question

17

Hoeveel voorurine produceren de niereenheden ongeveer per 24 uur?




Question

18

Sleep elk begrip naar de juiste plaats.




Question

19

Maak de zinnen compleet. Kies de juiste antwoorden.

Als het ADH-gehalte van het bloed toeneemt, wordt de bloeddruk
Als je lange tijd niet drinkt, wordt het ADH-gehalte van je bloed
Als je in korte tijd heel veel transpireert, wordt het ADH-gehalte van je bloed
Als je in korte tijd twee liter water drinkt, wordt het ADH-gehalte van je bloed
Als het ADH-gehalte van het bloed toeneemt, wordt de zoutenconcentratie van het bloed
Als de osmosensoren een lage osmotische waarde van het bloed registreren, wordt het ADH-gehalte van het bloed
Als je in korte tijd veel zout eet, wordt het ADH-gehalte van je bloed




Question

20

Waar in de niereenheid vindt terugresorptie van de meeste glucose plaats?




Question

21

Onder invloed van ADH vindt in de nieren terugresorptie van water plaats. Waar gebeurt deze terugresorptie?




Question

22
Vul in: lager of hoger.


In urine is de glucoseconcentratie
dan in bloedplasma.
In bloedplasma is de urinezuurconcentratie
dan in urine.
In urine is de chlorideconcentratie
dan in bloedplasma.
In urine is de ureumconcentratie
dan in bloedplasma.
In bloedplasma is de fosfaatconcentratie
dan in urine.
In urine is de kaliumconcentratie
dan in bloedplasma.




Question

23
Op welke manier beïnvloedt het parathormoon de terugresorptie in de nieren?





Question

24

Sleep elk begrip naar de juiste plaats.




Question

25
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

Onder invloed van angiotensine vindt vasodilatie van de arteriolen plaats.
Renine is een weefselhormoon.
Angiotensine heeft een bloeddrukverhogend effect in het hele lichaam.
Zodra de bloeddruk stijgt, wordt renine aan het bloed afgegeven.
Renine stimuleert de omzetting van angiotensinogeen in angiotensine.




Question

26
Wat is van toepassing op het RAAS? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.




Question

27
Op welke manier werken de nieren regulerend op de zuurgraad van het bloed?




Question

28
Op welke manier stimuleren de nieren het beenmerg tot de productie van meer rode bloedcellen?





Question

29
Wat is van toepassing op urine? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.




Question

30
Na een eiwitrijke maaltijd ...





Question

31

Sleep elk begrip naar de juiste plaats.




Question

32
Sleep elk begrip naar de juiste plaats.




Question

33
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

De urinewegen bestaan uit de nierkelken, het nierbekken en de ureter.
Het grootste deel van de binnenwand van de urinewegen is bekleed met overgangsepitheel.
De volle urineblaas ligt preperitoneaal.
De m. sphincter urethrae wordt bij het zindelijk worden getraind.
De lege urineblaas ligt retroperitoneaal.
De m. sphincter vesica staat onder invloed van het willekeurige zenuwstelsel.